Connectie-inst. controleren en bewerken

Voer de volgende procedure uit om de connectie-instellingen die zijn opgeslagen op de camera te controleren, bewerken of verwijderen.

  1. Selecteer [Verbinding: Netwerkinstell.].

  2. Selecteer [Connectie-inst.].

  3. Selecteer [SET*].

    • Selecteer een connectie-instelling die u zult gebruiken uit de opgeslagen instellingen.
  4. Controleer of wijzig de instellingen.

  • Verbinden

    • Selecteer deze optie om opnieuw te verbinden ().
  • Wijzigen met wizard / Wijzigen vanaf lijst

    • Met deze optie kunt u de inhoud van de connectie-instellingen wijzigen ().
  • Inst. op krt opsl./laden

    • Met deze optie kunt u connectie-instellingen opslaan op een kaart of connectie-instellingen laden die op een kaart zijn opgeslagen ().
  • Verwijder instellingen

    • Selecteer deze optie om connectie-instellingen te verwijderen.

    • Selecteer [OK] om de instellingen te verwijderen.
  • Bevestig instell.

    • Selecteer deze optie om de inhoud van de connectie-instellingen te controleren.

De connectie-inst. wijzigen

U kunt de instellingen bewerken die in de connectiewizard zijn geconfigureerd.

Wijzigen met wizard

Met de connectiewizard kunt u de inhoud van de connectie-instellingen die zijn opgeslagen op de camera bewerken.

  1. Open het scherm [Connectie-inst.].

  2. Selecteer [Wijzigen met wizard].

  3. Wijzig de instellingen met de connectiewizard.

Wijzigen vanaf lijst

Met de comm.-instellingen en functie-instellingen die zijn opgeslagen op de camera, kunt u de inhoud van de connectie-instellingen die zijn opgeslagen op de camera bewerken. U kunt ook een naam voor de instellingen registreren.

  1. Open het scherm [Connectie-inst.].

  2. Selecteer [Wijzigen vanaf lijst].

  3. Wijzig de instellingen door een item te selecteren.

  • Naam instellingen

    • Selecteer deze optie om de instellingen een naam te geven. Gebruik het virtuele toetsenbord om tekst in te voeren ().
  • NW* / Comm.-instellingen*

    • Selecteer deze optie om de comm.-instellingen te wijzigen, te annuleren of om comm.-instellingen toe te voegen.

    • Als u [Selecteren uit lijst] selecteert, verschijnt er een lijst comm.-instellingen die op de camera zijn opgeslagen. Selecteer een optie voor comm.-instellingen die u zult gebruiken.
    • Als u [Selectie wissen] selecteert, worden de comm.-instellingen geannuleerd die in de connectie-instellingen zijn geregistreerd. Selecteer [OK] in het dialoogvenster.
  • MODE* / Functie-instell.*

    • Selecteer deze optie om de functie-instellingen te wijzigen, te annuleren of om functie-instellingen toe te voegen.

    • Als u [Selecteren uit lijst] selecteert, verschijnt er een lijst functie-instellingen die op de camera zijn opgeslagen. Selecteer een optie voor functie-instellingen die u zult gebruiken.
    • Als u [Selectie wissen] selecteert, worden de functie-instellingen geannuleerd die in de connectie-instellingen zijn geregistreerd. Selecteer [OK] in het dialoogvenster.

Opmerking

  • Er kunnen twee typen comm.-instellingen en twee typen functie-instellingen worden geregistreerd in één set connectie-instellingen.
  • Door alle functie-instellingen te annuleren, worden de comm.-instellingen verwijderd en worden de connectie-instellingen [Ongespec.].

De instellingen opslaan en laden

U kunt de connectie-instellingen opslaan op een kaart en de instellingen toepassen op een andere camera. Bovendien kunt u de connectie-instellingen die op een andere camera zijn geconfigureerd, toepassen op de camera die u gaat gebruiken.

De instellingen opslaan

  1. Open het scherm [Connectie-inst.].

  2. Selecteer [Inst. op krt opsl./laden].

  3. Selecteer [Inst. op kaart opslaan].

  4. Selecteer [OK].

    • De camera zal de bestandsnaam automatisch configureren, beginnend bij WFTNPF01 en tot aan 40.NIF. Door op de knop INFO te drukken, kunt u een bestandsnaam opgeven. (Deze bestaat uit een vast aantal van acht tekens.)
    • De instellingen worden opgeslagen op de kaart.
    • Het bestand met informatie over instellingen wordt opgeslagen op de locatie waar de kaart is geopend (de rootdirectory).

Voorzichtig

  • Er kunnen maximaal 40 bestanden met informatie over instellingen worden opgeslagen op een kaart voor de camera. Gebruik een andere kaart om 41 of meer bestanden op te slaan.

De instellingen laden

  1. Open het scherm [Connectie-inst.].

  2. Selecteer [Inst. op krt opsl./laden].

  3. Selecteer [Inst. van kaart laden].

  4. Selecteer een bestand met instellingen.

    • Selecteer een bestand met instellingen dat aansluit bij uw netwerkomgeving.
  5. Selecteer [OK].

    • Informatie over het bestand met instellingen wordt geladen met het geselecteerde instellingsnummer.

Voorzichtig

  • Zelfs wanneer er 41 of meer bestanden met informatie over instellingen op de kaart worden geladen via een computer, zal het laadinstellingenscherm maximaal maar 40 bestanden weergeven. Om meer dan 41 bestanden te laden, gebruikt u een kaart die niet de eerder geladen bestanden met instellingen bevat en laadt u de rest van de bestanden met informatie over instellingen.

Opmerking

  • In[Functie-instellingen: Cam-inst. opsl./lad. op kaart] kunt u alle comm.-instellingen in de camera opslaan op de kaart en alle comm.-instellingen op een kaart in een andere camera lezen.