Details over aangepaste bediening

U kunt camerafuncties aanpassen op het tabblad [Aangepaste bediening], zodat deze aansluiten op uw opnamevoorkeuren.

[Aangepaste bediening tijdens opname]

Knoppen aanpassen voor opn.

U kunt veelgebruikte opnamefuncties toewijzen aan cameraknoppen die gemakkelijk te gebruiken zijn. U kunt verschillende functies, voor gebruik bij het maken van foto's of video's, toewijzen aan dezelfde knop.

  1. Selecteer [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor opn.] ().

  2. Selecteer een camerabediening.

    • Als u wilt overschakelen naar [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor wrg.] (), drukt u op de knop INFO.
  3. Selecteer een functie om toe te wijzen.

    • Druk op SET om de instelling vast te leggen.
    • U kunt uitgebreide instellingen configureren voor functies die zijn gemarkeerd met [INFO] links onderaan het scherm door op de knop INFO te drukken.

Opmerking

  • [Lensfunctieknop]: AF-stopknop of lensfunctieknop op supertelelenzen met Image Stabilizer (Beeldstabilisatie).
  • Als u instellingen die zijn geconfigureerd met [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor opn.], wilt wissen, selecteert u [Aangepaste bediening: Alle aangepaste bediening wissen].

Beschikbare functies voor aanpassing (video-opnamen)

●: Standaard ○: Beschikbaar voor aanpassing
Knop 1 Knop 2 Knop 3 Knop 4 Knop 5 Knop 6 Knop 7 Toets omhoog Toets naar links Toets naar rechts Toets omlaag Instelknop Multicontroller Lensfunctieknop
: Meten en AF-start
- - - - - - -
: AF-stop
- - - - - -
: AE-vergrendeling, AF-stop
- - - - - -
: AF-puntselectie
-
: Directe AF-puntselectie
- - - - - - - - -
: Stel AF-punt in op midden
-
: AF-tracking vol. geb. start/stop
-
: Directe AF-gebiedselectie
-
: Oogdetectie
-
: Spot-detectie
-
: Prioriteit registr. mensen
-
: Scherpstelmodus
-
: Peaking
-
: Scherpstelgeleiding
-
: Registreerer scherpstellen voorinst.
-
: Weergave scherpstellen voorinst.
-
: AE-vergrendeling
- - - - - -
: AE-vergr. (vasth.)
- - - - - -
: Geef AE-vergrendeling vrij
- - - - - -
: Bel.comp. (vasth., dr.)
- -
: ISO-snelheid
-
: ISO-sn. inst.(vasth., dr.)
- -
: False Color
-
: Zebra
-
: Movie-opname
- - - - -
: Servo AF voor movies gepauzeerd
-
: Audiostatus
-
: Onderw.-detectie AF
-
: Functie-instell. instelwielen
-
: Schermhelderh. maxim. (tijd.)
-
: Schakel uit
- - - - - -
: Scherm uit
-
: Schakel scherpst./bedien.ring om
-
: Scherm Snel instellen
-
: Vergroten/Verkleinen
-
: Beeld herhalen
-
: Vergroot beelden tijdens weergave
-
: Menu weergeven
-
: Digitale zoom
-
: Knipperdetectie
-
: Handm. HF-antiknipperopname (Tv)
-
: Kleurmodus
-
: Beeldstijl
-
: Kleurfilter
-
: Aangepast beeld
-
: Auto Lighting Optimizer/Auto optimalisatie helderheid
-
: Witbalans selectie
-
: Schakel kleurtemp.
-
: WB-correctie
-
: AWB-vergrendeling
-
: Vooropname
-
: Zelfontsp. movie
-
: Digitale IS
-
: Auto. corrig.
-
: Standby: lage res
-
: Wi-Fi-/Bluetooth-verbinding
-
: Live streamen
-
: Opn.functie+kaart/map sel.
-
: Vergr. opn.disp. omwis.
-
: Geen functie (uitgeschakeld)

Beschikbare functies voor aanpassing (foto's maken)

●: Standaard ○: Beschikbaar voor aanpassing
Ontspanknop half ingedrukt Knop 1 Knop 2 Knop 3 Knop 4 Knop 5 Knop 6 Knop 7 Toets omhoog Toets naar links Toets naar rechts Toets omlaag Instelknop Multicontroller Lensfunctieknop
: Meten en AF-start
- - - - - - -
: AF-stop
- - - - - - -
: AE-vergrendeling, AF-stop
- - - - - - -
: AF-puntselectie
- -
: Directe AF-puntselectie
- - - - - - - - - -
: Stel AF-punt in op midden
- -
: AF-tracking vol. geb. start/stop
- -
: Directe AF-gebiedselectie
- -
: Directe select. te detect. onderw
- -
: 1-beeld AF Servo AF
- -
: AF op gedetecteerd onderwerp
- - - - - - - -
: Oogdetectie-AF
- - - - - - - -
: Oogdetectie
- -
: Spot-detectie
- -
: Prioriteit registr. mensen
- -
: Scherpstelmodus
- -
: Peaking
- -
: Scherpstelgeleiding
- -
: Registreerer scherpstellen voorinst.
- -
: Weergave scherpstellen voorinst.
- -
: Start meten
- - - - - - - - - - - - - -
: AE-vergrendeling
- - - - - - -
: AE-vergr. (vasth.)
- - - - - - -
: AE-vergr. (bij ingedrukte knop)
- - - - - - - - - - - - - -
: Geef AE-vergrendeling vrij
- - - - - - -
: Bel.comp. (vasth., dr.)
- - -
: ISO-snelheid
- -
: ISO-sn. inst.(vasth., dr.)
- - -
: Functie-instell. instelwielen
- -
: Schermhelderh. maxim. (tijd.)
- -
: Schakel uit
- - - - - - -
: Scherm uit
- -
: Stille-sluiterfunctie
- -
: Schakel scherpst./bedien.ring om
- -
: Breedte-/dieptecontrole
- -
: Reset geselect. item in Fv-modus
- -
: Reset Tv/Av//ISO in Fv-modus
- -
: Scherm Snel instellen
- -
: Vergroten/Verkleinen
- -
: Beeld herhalen
- -
: Vergroot beelden tijdens weergave
- -
: Menu weergeven
- -
: Beeldkwaliteit
- -
: Directe inst. beeldkwaliteit
- -
: Dir. inst. beeldkw (vasth.)
- -
: Bijsnijden/beeldverhouding
- -
: Schakel tussen bijsnijden/aspect
- -
: Digitale Tele-converter
- -
: Handm. HF-antiknipperopname (Tv)
- -
: Aanb. tv voor HF-antiknipperopname
- -
: Kleurmodus
- -
: Beeldstijl
- -
: Kleurfilter
- -
: Auto Lighting Optimizer/Auto optimalisatie helderheid
- -
: Witbalans selectie
- -
: Schakel kleurtemp.
- -
: WB Shift/Bkt.
- -
: Transportmodus
- -
: Pre-cont. opname
- -
: Touch Shutter
- -
: Wrg framesnelheid inst
- -
: Wi-Fi-/Bluetooth-verbinding
- -
: Opn.functie+kaart/map sel.
- -
: Maak map
- -
: Geen functie (uitgeschakeld)
-

Registreerer scherpstellen voorinst./Weergave scherpstellen voorinst.

U kunt de gewenste scherpstelposities van te voren op de camera instellen wanneer u RF- of RF-S-lenzen gebruikt. Opgeslagen, vooraf ingestelde scherpstelposities kunnen tijdens stand-by worden toegepast door op een knop te drukken.

Een scherpstelpositie op de camera registreren

Stel scherp op de focusafstand om deze te registreren als voorinstelling en druk dan op de knop die is toegewezen aan [Registreerer scherpstellen voorinst.].

Vooraf ingestelde focusposities oproepen

Druk op de knop die is toegewezen aan [Weergave scherpstellen voorinst.].

Opmerking

  • Scherpstelling vooraf instellen is beschikbaar in de AF- en MF-scherpstelmodus.
  • Geregistreerde focusposities worden gewist wanneer u van lens wisselt of wanneer u de accu van de camera vervangt.

AWB-vergrendeling

U kunt bewerkingen voor automatische witbalans tijdens video-opnamen stopzetten door te drukken op de knop die is toegewezen aan [AWB-vergrendeling]. Als u dit wilt ontgrendelen, drukt u nogmaals op de knop.

Functie sluiterknop v. movies

U kunt de functies instellen die tijdens het opnemen van video's worden uitgevoerd wanneer u de ontspanknop half of volledig indrukt.

  1. Selecteer [Aangepaste bediening: Functie sluiterknop v. movies] ().

  2. Selecteer een optie.

    • Half ingedrukt

      Geef de functie op die moet worden uitgevoerd wanneer u de ontspanknop half indrukt.

    • Voll. ingedrukt

      Geef de functie op die moet worden uitgevoerd wanneer u de ontspanknop volledig indrukt.

  3. Selecteer een optie.

    [Half ingedrukt]-opties

    • Meten+ Servo AF

      Terwijl u de ontspanknop half ingedrukt houdt, blijft de camera voortdurend scherpstellen op het onderwerp. Wanneer u op de knop AF-AAN drukt, stelt de camera slechts één keer scherp.

    • Meten+1-beeld AF

      Wanneer u de ontspanknop half indrukt, stelt de camera slechts één keer scherp.

    • Alleen meten

      Door op de ontspanknop half in te drukken wordt de meting gestart. Voor scherpstellen drukt u op de knop AF-AAN.

    [Voll. ingedrukt]-opties

    • Door [Voll. ingedrukt] in te stellen op [Geen functie] wordt het opnemen van video's door op de ontspanknop te drukken uitgeschakeld.

Wielen/bedieningsring aanp

Veelgebruikte functies kunnen worden toegewezen aan de wielen Hoofdinstelwiel, Snelinstelwiel 2 en Snelinstelwiel 1 en de ring Bedieningsring.

  1. Selecteer [Aangepaste bediening: Wielen/bedieningsring aanp] ().

  2. Selecteer een camerabediening.

  3. Selecteer een functie om toe te wijzen.

    • Druk op SET om de instelling vast te leggen.
    • U kunt uitgebreide instellingen configureren voor functies die zijn gemarkeerd met [INFO] links onderaan het scherm door op de knop INFO te drukken.

Opmerking

  • Als u instellingen die zijn geconfigureerd met [Aangepaste bediening: Wielen/bedieningsring aanp], wilt wissen, selecteert u [Aangepaste bediening: Alle aangepaste bediening wissen].

Functies beschikbaar voor wielen

●: Standaard ○: Beschikbaar voor aanpassing
Functie Hoofdinstelwiel Snelinstelwiel 2 Snelinstelwiel 1 Bedieningsring
: Sluitertijd wijzigen (met ingedrukte meterknop) - - -
: Diafragmawaarde wijzigen (met ingedrukte meterknop) - - -
: ISO-snelheid instellen (met ingedrukte meterknop) - - -
: Belichtingscompensatie (met ingedrukte meterknop) - - -
: Selecteer AF-gebied (met ingedrukte meterknop) - - -
: Beeldstijl (met ingedrukte meterknop) - - -
: Witbalans selectie (met ingedrukte meterknop) - - -
: Selecteer kleurtemperatuur (met ingedrukte meterknop) - - -
: Sluitertijd wijzigen - - -
: Diafragmawaarde wijzigen - - -
: Sluitertijdinstel. in M-modus -
: Diafragma-instelling in M-modus -
: ISO-snelheid instellen -
: Belichtingscompensatie -
: Directe AF-puntselectie - -
: Selecteer AF-gebied -
: Beeldstijl -
: Witbalans selectie -
: Selecteer kleurtemperatuur -
Geen functie (uitgeschakeld): Geen functie (uitgeschakeld)

Opmerking

  • Het wiel Snelinstelwiel 2 kan in de modus Fv niet worden aangepast.
  • [Bedieningsring]: Bedieningsring op RF-lenzen en vattingadapters.

richting vr. instel. tv/AV

U kunt de draairichting omkeren waarin u aan het wiel moet draaien om de sluitertijd en de diafragmawaarde in te stellen.

Keert de draairichting van de wielen Hoofdinstelwiel, Snelinstelwiel 2 en Snelinstelwiel 1 om in de opnamemodus M en alleen het wiel Hoofdinstelwiel in andere opnamemodi. De richting van de wielen Snelinstelwiel 2 en Snelinstelwiel 1 in de modus M komt overeen met de richting voor instelling van belichtingscompensatie in de modi P, Tv en Av.

  • Normal: Normaal
  • Omgekeerde richting: Omgekeerde richting

richting vr instellen tv/AV

De richting voor het instellen van de sluitertijd en de diafragmawaarde met de bedieningsring van RF- of RF-S-lenzen of vattingadapters kan worden omgekeerd.

  • Normal: Normaal
  • Omgekeerde richting: Omgekeerde richting

Schakelaar / tijdens opnm.

Functies die aan het hoofdinstelwiel en het snelinstelwiel 2 zijn toegewezen, kunnen worden omgekeerd.

  • OFF: Uitschak.
  • ON: Inschak.

Touch Shutter

Touch shutter kan worden opgegeven. Als dit is ingesteld op [Inschak.], verandert de weergave [Touch shutter: uitschakelen] linksonder in het opnamescherm in [Touch shutter: inschakelen] en is de touch shutter ingeschakeld.

Voor instructies over touch shutter raadpleegt u Opnamen maken met de touch shutter.

Multifunctievergrendeling

Geef aan welke camerabediening vergrendeld moet worden als de multifunctievergrendeling is ingeschakeld. Dit kan helpen bij het per ongeluk wijzigen van instellingen.

  1. Selecteer [Aangepaste bediening: Multifunctievergrendeling] (, ).

  2. Selecteer de te vergrendelen camerabediening.

    • Selecteer een camerabediening en druk op SET om [Controle] weer te geven.
  3. Selecteer [OK].

    • Druk op de knop Multifunctievergrendeling om de geselecteerde [Controle]-camerabediening te vergrendelen.

Opmerking

  • Een sterretje ”*” rechts van [Aangepaste bediening: Multifunctievergrendeling] geeft aan dat de standaardinstelling is aangepast.

Optische zoomsnelhd camera/

U kunt de optische zoomsnelheid instellen die wordt gebruikt tijdens het zoomen met de zoomhendel of een draadloze afstandsbediening.

De zoomsnelheid tijdens stand-by voor opnamen en tijdens video's opnemen kan afzonderlijk worden ingesteld.

  • Zoomsnelheid

    Stel de zoomsnelheid in.

    Snel: geschikt voor zoomen tijdens stand-by voor opnamen.

    Langzaam: geschikt wanneer u de voorkeur geeft aan langzaam zoomen, zoals bij video's opnemen.

  • Snelheidsniveau

    Stel een niveau voor zoomsnelheid in (in relatie tot de zoomsnelheid) om sneller of langzamer te zoomen afhankelijk van hoe hard of zacht u op de zoomknop drukt.

    Stel het snelheidsniveau in binnen een bereik van 1–15 voor de zoomsnelheden [Snel] en [Langzaam].

Opmerking

  • Zoomsnelheid met een optionele draadloze afstandsbediening correspondeert met de instelling [Snelheidsniveau].

Optische zoomsnelheid lens

Beschikbaar wanneer u een powerzoomlens gebruikt.

Optisch zoomen gaat sneller of langzamer, afhankelijk van hoe ver u de zoomring draait.

De zoomsnelheid tijdens stand-by voor opnamen en tijdens video's opnemen kan afzonderlijk worden ingesteld.

  • Zoomsnelheid

    Stel de zoomsnelheid in.

    Snel: geschikt voor zoomen tijdens stand-by voor opnamen.

    Langzaam: geschikt wanneer u de voorkeur geeft aan langzaam zoomen, zoals bij video's opnemen.

  • Snelheidsniveau

    Stel een niveau voor zoomsnelheid in (in relatie tot de zoomsnelheid) om sneller of langzamer te zoomen afhankelijk van hoe ver u de zoomring draait.

    Stel het snelheidsniveau in binnen een bereik van 1–15 voor de zoomsnelheden [Snel] en [Langzaam].

Selectiebediening AF-gebied

U kunt instellen hoe methoden voor de selectie van AF-gebieden worden verwisseld.

  • Multifunctieknop: →Knop M-Fn

    Druk op de knop AF-puntselectie en vervolgens op de knop Multifunctie. Telkens wanneer u op de knop drukt, wordt het AF-gebied verwisseld.

  • Hoofdinstelwiel: →Hoofdinstelwiel

    Druk op de knop AF-puntselectie en draai aan het wiel Hoofdinstelwiel om het AF-gebied te verwisselen.

Opmerking

  • Wanneer [→Hoofdinstelwiel] is ingesteld, gebruikt u Multicontroller om het AF-punt horizontaal te verplaatsen.

gevoeligheid AF-puntselectie

U kunt de gevoeligheid van de multicontroller, die van toepassing is op AF-punt plaatsen, aanpassen.

Scherpstel-/bedieningsring

In dit menu kunt u lensfuncties [Scherpstel-/bedieningsring] configureren.

Lenzen zonder schakelaar voor scherpstel-/bedieningsring

  • FOCUS: Gebruiken als scherpstelring

    De ring werkt als een scherpstelring.

  • CONTROL: Gebruiken als bedieningsring

    De ring werkt als een bedieningsring. Als u de [Automatische scherpstelling: Scherpstelmodus] wilt beperken tot [AF], drukt u op de knop Q (Snel instellen) en voegt u een vinkje [Controle] toe aan [Scherpstelmodus is AF bij gebruik als bedieningsring].

Lenzen waarvoor dit menu wordt weergegeven en die zowel scherpstelring als een bedieningsring hebben

  • FOCUS: Gebruiken als scherpstelring

    Geen wijziging in het gebruik van een scherpstel- of bedieningsring.

  • CONTROL: Gebruiken als bedieningsring

    De scherpstelring werkt als een bedieningsring. Gebruik van de bedieningsring is uitgeschakeld.

Opmerking

  • Dit menu wordt niet weergegeven voor lenzen met een schakelaar voor scherpstel-/bedieningsring. Gebruik de lens voor de configuratie van scherpstel-/bedieningsring.
  • Ga voor details over lenzen met zowel een scherpstelring als een bedieningsring waarvoor de camera dit menu weergeeft, naar de Canon-website.
  • Kan ook worden geconfigureerd vanuit het scherm Snel instellen zoals aangepast met [Opnamen maken: Aanpassing snel instellen] of [Opnamen maken: Aanpassing snel instellen] ().

Draairichting scherpstelring

U kunt de richting waarin de scherpstelring van een RF-lens wordt gedraaid, omkeren om instellingen aan te passen.

  • : Normaal
  • : Omgekeerde richting

Gevl. MF-schrpst.ring RF-obj.

U kunt de gevoeligheid van de scherpstelring van de RF-lens instellen.

  • : Hangt af van draaisnelheid

    De gevoeligheid van de scherpstelring varieert afhankelijk van de draaisnelheid.

  • : Gekoppeld aan draaihoek

    De scherpstelpositie wordt aangepast op basis van de hoeveelheid rotatie, ongeacht de draaisnelheid.

[Aangepaste bediening bij weergave]

Knoppen aanpassen voor wrg.

U kunt veelgebruikte afspeelfuncties toewijzen aan cameraknoppen die gemakkelijk te gebruiken zijn.

  1. Selecteer [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor wrg.] ().

  2. Selecteer een camerabediening.

    • Als u wilt overschakelen naar [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor opn.] (), drukt u op de knop INFO.
  3. Selecteer een functie om toe te wijzen.

    • Druk op SET om de instelling vast te leggen.
    • U kunt uitgebreide instellingen configureren voor functies die zijn gemarkeerd met [INFO] links onderaan het scherm door op de knop INFO te drukken.

Opmerking

  • Als u instellingen die zijn geconfigureerd met [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor wrg.], wilt wissen, selecteert u [Aangepaste bediening: Alle aangepaste bediening wissen].

Functies beschikbaar voor aanpassing

●: Standaard ○: Beschikbaar voor aanpassing
Functie Knop 4 Knop 6 Knop 7 SET-knop
: Beveiligen
: Classificatie
: Wis beelden
/: Beveiligen (bldsprong met +)
/: Clas. (bldsprong met +)
: Trimmen
: Beeld zoeken
: Vergroten/Verkleinen
: Beelden n. smartphone verz.
: Beelden naar FTP-server verz.
: Beeldsel./overdr. (FTP-server)
: Beeldsel./overdr. (EOS Utility)
: Zelfde als standaard. Knop bij opn - -
: Geen functie (uitgeschakeld)

Spring met

Als u wilt instellen hoe de camera door beelden springt, kunt u het wiel Hoofdinstelwiel op het afspeelscherm draaien naar weergave van één opname.

Opmerking

  • Met [Spring het opgegeven aantal beelden] kunt u aan het wiel Hoofdinstelwiel draaien om het aantal beelden te selecteren dat u wilt overslaan.
  • Met [Geef weer op classificatie] draait u aan het wiel Hoofdinstelwiel om de classificatie te selecteren (). Door Classificatie te selecteren worden alle beoordeelde beelden weergegeven terwijl u bladert.
  • U kunt de sprongmethode ook wijzigen door horizontaal te drukken op Multicontroller het afspeelscherm in de weergave van één opname.

Bldsprong m/+

Als u wilt instellen hoe de camera door beelden springt, kunt u aan het wiel Snelinstelwiel 1 draaien terwijl u op de knop drukt die is toegewezen aan [Classificatie/Door beelden navigeren] [Beveiliging/Door beelden navigeren] op het afspeelscherm in de weergave van één opname.

Opmerking

  • U kunt dit configureren als u [Classificatie/Door beelden navigeren] [Beveiliging/Door beelden navigeren] toewijst aan een knop in [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor wrg.] ().
  • Met [Spring het opgegeven aantal beelden] kunt u aan het wiel Hoofdinstelwiel draaien om het aantal beelden te selecteren dat u wilt overslaan.
  • Met [Geef weer op classificatie] draait u aan het wiel Hoofdinstelwiel om de classificatie te selecteren (). Door Classificatie te selecteren worden alle beoordeelde beelden weergegeven terwijl u bladert.

Schakelaar / tijdens afspln.

U kunt de functies die aan deze wielen zijn toegewezen verwisselen, zoals gebruikt op het afspeelscherm.

  • Uitschak.

    Wijst [Spring] toe aan het wiel Hoofdinstelwiel en [Vergroten/indexweerg.] aan het wiel Snelinstelwiel 2.

  • Inschak.

    Wijst [Vergroten/indexweerg.] toe aan het wiel Hoofdinstelwiel en [Spring] aan het wiel Snelinstelwiel 2.

Opmerking

  • Overeenkomstige pictogrammen in menu's en op schermen zoals de schermen Snel instellen en Vergroten/Verkleinen worden dienovereenkomstig veranderd.

[Aangep. bediening/Resetten]

Aanraakbediening

  • Selecteer [Uitschak.] om de aanraakbediening uit te schakelen.

Waarschuwing

  • Aandachtspunten voor bediening via het touchscreenpaneel

  • Gebruik geen scherpe voorwerpen zoals uw nagel of een balpen bij aanraakbediening.
  • Bedien de touchscreen niet met natte vingers. Als het scherm vochtig is of als u het met natte vingers bedient, reageert de touchscreen misschien niet op uw aanraking of functioneert het niet meer goed. Schakel in dergelijke gevallen de camera uit en veeg het vocht af met een doekje.
  • Als u in de handel verkrijgbare beschermfolie of sticker op het scherm plakt, reageert het scherm mogelijk niet meer goed op aanrakingen.

Alle aangepaste bediening wissen

Door [Aangepaste bediening: Alle aangepaste bediening wissen] te selecteren wist u alle persoonlijke voorkeuze-instellingen.