De transportmodus selecteren
De camera heeft transportmodi voor enkele opnamen en continue opnamen. U kunt de transportmodus selecteren die bij de scène of het onderwerp past.
-
Druk op de knop
(
).

- Druk op de knop
als een beeld op het scherm wordt weergegeven.
- Druk op de knop
-
Selecteer de optie transportmodus.

- Druk op de knop
om het transportmodusitem te selecteren.
- Druk op de knop
-
Selecteer de transportmodus.

- Draai aan het wiel
om een keuze te maken.
- Draai aan het wiel
-
: Enkelbeeld
Wanneer u de ontspanknop volledig ingedrukt houdt, wordt er slechts één opname gemaakt.
-
: Continue opname met hoge snelheid +
Als u de ontspanknop geheel ingedrukt houdt, kunt u continu opnemen met een snelheid van max. ca. 40 opnamen/sec. terwijl u de knop ingedrukt houdt.
-
: Continue opname met hoge snelheid
Als u de ontspanknop geheel ingedrukt houdt, kunt u continu opnemen met een snelheid van max. ca. 20 opnamen/sec. terwijl u de knop ingedrukt houdt.
-
: Continue opname met lage snelheid
Als u de ontspanknop geheel ingedrukt houdt, kunt u continu opnemen met een snelheid van max. ca. 5,0 opnamen/sec. terwijl u de knop ingedrukt houdt.
-
: Zelfontspanner: 10 sec./
: Zelfontspanner: 2 sec./
: Zelfontspanner: Continue opname
Voor details over opnamen maken met de zelfontspanner raadpleegt u De zelfontspanner gebruiken ().
Waarschuwing
-
Door de transportmodus in te stellen op [
] is onder deze omstandigheden een continue opnamesnelheid mogelijk van ongeveer 40 opnamen/sec.
- Sluitertijd: 1/40 sec. of sneller
Merk op dat de continue opnamesnelheid minder dan 40 opnamen per seconde kan zijn als tijdens continue opname een van de volgende dingen gebeurt.
- Overschakelen op de opnamemodus P of Tv, of instellingen toepassen waardoor de diafragmawaarde wordt gewijzigd in de modus Fv
- Zoomen wordt uitgevoerd
- Handmatige scherpstelling wordt uitgevoerd
- Servo AF verandert de positie waarop is scherpgesteld
- Er wordt een andere voedingsbron dan accu LP-E6P of DC-koppeling DR-E6P gebruikt
- De continue opnamesnelheid kan veranderen door verschillende factoren zoals accuniveau, temperatuur, sluitertijd, diafragmawaarde, onderwerpomstandigheden, helderheid, AF-werking, type lens en opname-instellingen.
- Bezoek de Canon-website voor informatie over lenzen die de maximale snelheid bij continue opname ondersteunen ().
- Continue opnamesnelheid met Servo AF kan lager zijn afhankelijk van de onderwerpomstandigheden of de gebruikte lens.
- Als u opnamen maakt onder een flikkerende lichtbron, is de continue opnamesnelheid mogelijk lager.
- Als het interne geheugen tijdens continue opnamen vol raakt, kan de continue opnamesnelheid afnemen omdat er tijdelijk geen opnamen meer kunnen worden gemaakt ().
- Onder sommige opnameomstandigheden kan de continue opnamesnelheid trager zijn en kan de beeldweergave stoppen.
Opmerking
- De continue opnamesnelheid die voor elke transportmodus wordt aangegeven, is de snelheid onder standaard camera-instellingen.