Details over aangepaste bediening

U kunt camerafuncties aanpassen op het tabblad [Aangepaste bediening], zodat deze aansluiten op uw opnamevoorkeuren.

[Aangepaste bediening tijdens opname]

Knoppen aanpassen voor opn.

U kunt veelgebruikte opnamefuncties toewijzen aan cameraknoppen die gemakkelijk te gebruiken zijn. U kunt verschillende functies, voor gebruik bij het maken van foto's of video's, toewijzen aan dezelfde knop.

  1. Selecteer [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor opn.] ().

  2. Selecteer een camerabediening.

    • Als u wilt overschakelen naar [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor wrg.] (), drukt u op de knop INFO.
  3. Selecteer een functie om toe te wijzen.

    • Druk op SET om de instelling vast te leggen.
    • U kunt uitgebreide instellingen configureren voor functies die zijn gemarkeerd met [INFO] links onderaan het scherm door op de knop INFO te drukken.

Opmerking

  • [Lensfunctieknop]: AF-stopknop of lensfunctieknop op supertelelenzen met Image Stabilizer (Beeldstabilisatie).
  • [Knop Menu direct op Speedlite]: Knop Menu direct op Speedlites.
  • Alleen instellingen voor foto's maken kunnen worden toegewezen aan [Ontspanknop half ingedrukt], [Video-opnameknop] of [Knop Menu direct op Speedlite].
  • Als u instellingen die zijn geconfigureerd met [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor opn.], wilt wissen, selecteert u [Aangepaste bediening: Alle aangepaste bediening wissen].

Functies beschikbaar voor aanpassing

AF

●: Standaard ○: Beschikbaar voor aanpassing
Ontspanknop half ingedrukt Video-opnameknop Multifunctieknop AF-aanknop AE-vergrendelknop AF-puntknop Knop voor scherptedieptecontroleKnop Vergroten Knop Kleur SET-knop Multicontroller Lensfunctieknop Knop Menu direct op Speedlite
: Meten en AF-start
●*1 - - - - -
: AF-stop
- ○*1 - - -
: AF-puntselectie
- ○*1 - -
: Directe AF-puntselectie
- - - - - - - - - - - -
: Stel AF-punt in op midden
- ○*1 - -
: AF-tracking vol. geb. start/stop
- ○*1 - -
: Naar ingestelde AF-functie gaan*1
- - - - - -
: Directe AF-gebiedselectie
- - -
: Directe select. te detect. onderw*1
- - -
: 1-beeld AF Servo AF*1
- - -
: AF op gedetecteerd onderwerp*1
- - - - - -
: Oogdetectie-AF*1
- - - - - -
: Oogdetectie
- ○*1 - -
: Spot-detectie
- ○*1 - -
: Prioriteit registr. mensen
- ○*1 - -
: Scherpstelmodus
- ○*1 - -
: Peaking
- ○*1 - -
: Scherpstelgeleiding
- ○*1 - -
: Registreerer scherpstellen voorinst.
- ○*1 - -
: Weergave scherpstellen voorinst.
- ○*1 - -
: Onderw.-detectie AF*2
- - - -
: Transportmodus*1
- - -

1: Kan niet worden toegewezen als een functie die beschikbaar is bij video-opnamen.

2: Kan niet worden toegewezen als een functie die beschikbaar is bij het maken van foto's.

Belichting

●: Standaard ○: Beschikbaar voor aanpassing
Ontspanknop half ingedrukt Video-opnameknop Multifunctieknop AF-aanknop AE-vergrendelknop AF-puntknop Knop voor scherptedieptecontroleKnop Vergroten Knop Kleur SET-knop Multicontroller Lensfunctieknop Knop Menu direct op Speedlite
: AE-vergrendeling, AF-stop
- ○*1 - - -
: Start meten
○*1 - - - - - - - - - - - -
: AE-vergrendeling
- ○*1 - - -
: AE-vergr. (vasth.)
- ○*1 ●*4 - - -
: AE-vergr. (bij ingedrukte knop)
○*1 - - - - - - - - - - - -
: AE-/FE-vergrendeling*1
- ●*3 - - -
: Geef AE-vergrendeling vrij
- ○*1 - - -
: Bel.comp. (vasth., dr.)
- - - - -
: ISO-snelheid
- ○*1 - -
: ISO-sn. inst.(vasth., dr.)
- - - - -
: Flitsen*1
- - -
: ETTL M*1
- - -
: FE-vergrendeling*1
- - - -

1: Kan niet worden toegewezen als een functie die beschikbaar is bij video-opnamen.

3: Standaard bij foto's maken.

4: Standaard bij video-opnamen.

Beeld

●: Standaard ○: Beschikbaar voor aanpassing
Ontspanknop half ingedrukt Video-opnameknop Multifunctieknop AF-aanknop AE-vergrendelknop AF-puntknop Knop voor scherptedieptecontroleKnop Vergroten Knop Kleur SET-knop Multicontroller Lensfunctieknop Knop Menu direct op Speedlite
: Beeldkwaliteit*1
- - -
: Directe inst. beeldkwaliteit*1
- - -
: Dir. inst. beeldkw (vasth.)*1
- - -
: Bijsnijden/beeldverhouding*1
- - -
: Schakel tussen bijsnijden/aspect*1
- - -
: Digitale Tele-converter*1
- - -
: Kleurmodus
- ○*1 - -
: Beeldstijl
- ○*1 - -
: Kleurfilter
- ○*1 - -
: Auto Lighting Optimizer/Auto optimalisatie helderheid
- ○*1 - -
: Witbalans selectie
- ○*1 - -
: Schakel kleurtemp.
- ○*1 - -
: WB Shift/Bkt.*1
- - -
: WB-correctie*2
- - - -
: Opn.functie+kaart/map sel.
- ○*1 - -

1: Kan niet worden toegewezen als een functie die beschikbaar is bij video-opnamen.

2: Kan niet worden toegewezen als een functie die beschikbaar is bij het maken van foto's.

Video's

●: Standaard ○: Beschikbaar voor aanpassing
Ontspanknop half ingedrukt Video-opnameknop Multifunctieknop AF-aanknop AE-vergrendelknop AF-puntknop Knop voor scherptedieptecontroleKnop Vergroten Knop Kleur SET-knop Multicontroller Lensfunctieknop Knop Menu direct op Speedlite
: False Color*2
- - - -
: Zebra*2
- - - -
: Movie-opname
- ●*1*3 - -
: Servo AF voor movies gepauzeerd
- ○*1 - -
: Audiostatus
- ○*1 ●*4 - -
: Cinemazoom (naar telefoto)
- ○*1 - -
: Cinemazoom (naar groothoek)
- ○*1 - -
: Digitale zoom*2
- - - -
: Knipperdetectie*2
- - - -
: Aangepast beeld*2
- - - -
: AWB-vergrendeling*2
- - - -
: Vooropname*2
- - - -
: Zelfontsp. movie*2
- - - -
: Digitale IS*2
- - - -
: Auto. corrig.*2
- - - -
: Standby: lage res*2
- - - -
: Live streamen*2
- - - -
: Vergr. opn.disp. omwis.*2
- - - -

1: Kan niet worden toegewezen als een functie die beschikbaar is bij video-opnamen.

2: Kan niet worden toegewezen als een functie die beschikbaar is bij het maken van foto's.

3: Standaard bij foto's maken.

4: Standaard bij video-opnamen.

Bewerking

●: Standaard ○: Beschikbaar voor aanpassing
Ontspanknop half ingedrukt Video-opnameknop Multifunctieknop AF-aanknop AE-vergrendelknop AF-puntknop Knop voor scherptedieptecontroleKnop Vergroten Knop Kleur SET-knop Multicontroller Lensfunctieknop Knop Menu direct op Speedlite
: Flitsfunctie-instellingen*1
- - ●*3
: Snelle-flitsgroepen bedienen*1
- -
: Functie-instell. instelwielen
- ○*1 - -
: Schermhelderh. maxim. (tijd.)
- ○*1 - -
: Schakel uit
- ○*1 - - -
: Scherm uit
- ○*1 - -
: Ontgrendelen bij indruk. knop
- - - - - - - - - - -
: Stille-sluiterfunctie*1
- - -
: Schakel scherpst./bedien.ring om
- ○*1 - -
: Breedte-/dieptecontrole*1
- ●*3 - -
: Reset geselect. item in Fv-modus*1
- - -
: Reset Tv/Av//ISO in Fv-modus*1
- - -
: Scherm Snel instellen
- ○*1 - -
: Vergroten/Verkleinen
- ○*1 - -
: Beeld herhalen
- ○*1 - -
: Vergroot beelden tijdens weergave
- ○*1 - -
: Opn.funct. reg./oproepen*1
- - - - - -
: Menu weergeven
- ○*1 - -
: Handm. HF-antiknipperopname (Tv)
- ○*1 - -
: Aanb. tv voor HF-antiknipperopname*1
- - -
: Pre-cont. opname*1
- - -
: Touch Shutter*1
- - -
: OVF sim. weerg.hulp*1
- - -
: Wrg. framesnelh. inst.*1
- - -
: Wi-Fi-/Bluetooth-verbinding
- ○*1 - -
: Maak map*1
- - -
: Schakelen tussen VF/scherm
- ○*1 - -
: Geen functie (uitgeschakeld)
- ○*1

1: Kan niet worden toegewezen als een functie die beschikbaar is bij video-opnamen.

3: Standaard bij foto's maken.

Registreerer scherpstellen voorinst./Weergave scherpstellen voorinst.

U kunt de gewenste scherpstelposities van te voren op de camera instellen wanneer u RF- of RF-S-lenzen gebruikt. Opgeslagen, vooraf ingestelde scherpstelposities kunnen tijdens stand-by worden toegepast door op een knop te drukken.

Een scherpstelpositie op de camera registreren

Stel scherp op de focusafstand om deze te registreren als voorinstelling en druk dan op de knop die is toegewezen aan [Registreerer scherpstellen voorinst.].

Vooraf ingestelde focusposities oproepen

Druk op de knop die is toegewezen aan [Weergave scherpstellen voorinst.].

Opmerking

  • Scherpstelling vooraf instellen is beschikbaar in de AF- en MF-scherpstelmodus.
  • Geregistreerde focusposities worden gewist wanneer u van lens wisselt of wanneer u de accu van de camera vervangt.

AWB-vergrendeling

U kunt bewerkingen voor automatische witbalans tijdens video-opnamen stopzetten door te drukken op de knop die is toegewezen aan [AWB-vergrendeling] in [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor opn.]. Als dit wilt ontgrendelen, drukt u nogmaals op de knop.

Functie sluiterknop v. movies

U kunt de functies instellen die tijdens het opnemen van video's worden uitgevoerd wanneer u de ontspanknop half of volledig indrukt.

Waarschuwing

  • Tijdens video-opnamen heeft de instelling bij [Functie sluiterknop v. movies] prioriteit op elke functie die aan de ontspanknop is toegewezen in [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor opn.].
  1. Selecteer [Aangepaste bediening: Functie sluiterknop v. movies] ().

  2. Selecteer een optie.

    • Half ingedrukt

      Geef de functie op die moet worden uitgevoerd wanneer u de ontspanknop half indrukt.

    • Voll. ingedrukt

      Geef de functie op die moet worden uitgevoerd wanneer u de ontspanknop volledig indrukt.

  3. Selecteer een optie.

    [Half ingedrukt]-opties

    • Meten+ Servo AF

      Terwijl u de ontspanknop half ingedrukt houdt, blijft de camera voortdurend scherpstellen op het onderwerp. Wanneer u op de knop AF-AAN drukt, stelt de camera slechts één keer scherp.

    • Meten+1-beeld AF

      Wanneer u de ontspanknop half indrukt, stelt de camera slechts één keer scherp.

    • Alleen meten

      Door op de ontspanknop half in te drukken wordt de meting gestart. Voor scherpstellen drukt u op de knop AF-AAN.

    [Voll. ingedrukt]-opties

    • Wanneer [Voll. ingedrukt] is ingesteld op [Start/stop mov.-opn.], kunt u de video-opname niet alleen starten en stoppen met de video-opnameknop, maar ook door de ontspanknop volledig in te drukken, of door gebruik van een draadloze afstandsbediening (afzonderlijk verkrijgbaar).

Wielen/bedieningsring aanp

Veelgebruikte functies kunnen worden toegewezen aan de wielen Hoofdinstelwiel/Snelinstelwiel 2/Snelinstelwiel 1/Bedieningsring.

  1. Selecteer [Aangepaste bediening: Wielen/bedieningsring aanp] ().

  2. Selecteer een camerabediening.

  3. Selecteer een functie om toe te wijzen.

    • Druk op SET om de instelling vast te leggen.
    • U kunt uitgebreide instellingen configureren voor functies die zijn gemarkeerd met [INFO] links onderaan het scherm door op de knop INFO te drukken.

Opmerking

  • Als u instellingen die zijn geconfigureerd met [Aangepaste bediening: Wielen/bedieningsring aanp], wilt wissen, selecteert u [Aangepaste bediening: Alle aangepaste bediening wissen].

Functies beschikbaar voor wielen

●: Standaard ○: Beschikbaar voor aanpassing
Functie Hoofdinstelwiel Snelinstelwiel 2 Snelinstelwiel 1 Bedieningsring
: Sluitertijd wijzigen (met ingedrukte meterknop) - - -
: Diafragmawaarde wijzigen (met ingedrukte meterknop) - - -
: ISO-snelheid instellen (met ingedrukte meterknop) - - -
: Belichtingscompensatie (met ingedrukte meterknop) - - -
: Flitsbelichtingscomp./-sterkte (met ingedrukte meterknop) - - -
: Selecteer AF-gebied (met ingedrukte meterknop) - - -
: Beeldstijl (met ingedrukte meterknop) - - -
: Witbalans selectie (met ingedrukte meterknop) - - -
: Selecteer kleurtemperatuur (met ingedrukte meterknop) - - -
: Sluitertijd wijzigen - - -
: Diafragmawaarde wijzigen - - -
: Sluitertijdinstel. in M-modus -
: Diafragma-instelling in M-modus -
: ISO-snelheid instellen -
: Belichtingscompensatie -
: Directe AF-puntselectie - -
: Selecteer AF-gebied -
: Beeldstijl -
: Witbalans selectie -
: Selecteer kleurtemperatuur -
Geen functie (uitgeschakeld): Geen functie (uitgeschakeld)

Opmerking

  • Het wiel Snelinstelwiel 2 kan in de modus Fv niet worden aangepast.
  • [Bedieningsring]: Bedieningsring op RF-lenzen en vattingadapters.

richting vr. instel. tv/AV

U kunt de draairichting omkeren waarin u het instelwiel moet draaien om de sluitertijd en de diafragmawaarde in te stellen.

Keert de draairichting van het instelwiel Hoofdinstelwiel, Snelinstelwiel 2 en Snelinstelwiel 1 in de opnamemodus M en alleen het instelwiel Hoofdinstelwiel in andere opnamemodi. De richting van het instelwiel Snelinstelwiel 2 en Snelinstelwiel 1 in de modus M komt overeen met de richting voor instelling van belichtingscompensatie in de modi P, Tv en Av.

  • Normaal: Normaal
  • Omgekeerde richting: Omgekeerde richting

richting vr instellen tv/AV

De richting voor het instellen van de sluitertijd en de diafragmawaarde met de bedieningsring van RF- of RF-S-lenzen of vattingadapters kan worden omgekeerd.

  • Normaal: Normaal
  • Omgekeerde richting: Omgekeerde richting

Schakelaar / tijdens opnm.

Functies die aan het hoofdinstelwiel en het snelinstelwiel 2 zijn toegewezen, kunnen worden omgekeerd.

  • OFF: Uitschak.
  • ON: Inschak.

Touch Shutter

Touch Shutter kan worden opgegeven. Als dit is ingesteld op [Inschak.], verandert de weergave [Touch shutter: uitschakelen] linksonder in het opnamescherm in [Touch shutter: inschakelen] en is touch Shutter ingeschakeld.

Voor instructies over touch shutter raadpleegt u Opnamen maken met de Touch Shutter.

Multifunctievergrendeling

Geef aan welke camerabediening vergrendeld moet worden als de multifunctievergrendeling is ingeschakeld. Dit kan helpen bij het per ongeluk wijzigen van instellingen.

  1. Selecteer [Aangepaste bediening: Multifunctievergrendeling] (, ).

  2. Selecteer de te vergrendelen camerabediening.

    • Selecteer een camerabediening en druk op SET om [Controle] weer te geven.
  3. Selecteer [OK].

    • Als u de aan-uitschakelaar/multifunctievergrendelingsschakelaar instelt op Multifunctievergrendeling, wordt de geselecteerde [Controle] camerabediening vergrendeld.

Opmerking

  • Een sterretje ”*” rechts van [Aangepaste bediening: Multifunctievergrendeling] geeft aan dat de standaardinstelling is aangepast.

Optische zoomsnelheid lens

Beschikbaar wanneer u een powerzoomlens gebruikt.

Optisch zoomen gaat sneller of langzamer, afhankelijk van hoe ver u de zoomring draait.

De zoomsnelheid tijdens stand-by voor opnamen en tijdens video's opnemen kan afzonderlijk worden ingesteld.

  • Zoomsnelheid

    Stel de zoomsnelheid in.

    Snel: geschikt voor zoomen tijdens stand-by voor opnamen.

    Langzaam: geschikt wanneer u de voorkeur geeft aan langzaam zoomen, zoals bij video's opnemen.

  • Snelheidsniveau

    Stel een niveau voor zoomsnelheid in (in relatie tot de zoomsnelheid) om sneller of langzamer te zoomen afhankelijk van hoe ver u de zoomring draait.

    Stel het snelheidsniveau in binnen een bereik van 1–15 voor de zoomsnelheden [Snel] en [Langzaam].

Inst. AF aanraken & verslepen

U kunt het AF-punt of het zone-AF-kader verplaatsen door op het scherm te tikken of erover te slepen terwijl u door de zoeker kijkt.

AF aanr & versl

Selecteer [Inschak.] om AF aanraken en verslepen in te schakelen.

Pos.methode

U kunt het aantal opgegeven posities instellen door te tikken of te slepen.

  • Absoluut

    Het AF-punt wordt verplaatst naar de positie op het scherm waarop u hebt getikt of waar u het punt naartoe hebt versleept.

  • Relatief

    Het AF-punt wordt in de richting waarin u sleept, verplaatst met een afstand die overeenkomt met de afstand die u versleept, ongeacht waar u op het scherm tikt.

Act. aanr.gebied

U kunt het gebied van het scherm opgeven dat gebruikt wordt voor tikken en slepen.

Opmerking

  • Er wordt een oranje kader [Rond oranje kader] weergegeven als u op het scherm tikt met [Automatische scherpstelling: AF-gebied] ingesteld op [Volledig gebied-AF]. Nadat u uw vinger hebt opgelicht van de positie waarheen u het AF-punt wilt verplaatsen, wordt [Onderwerp volgen] weergegeven en wordt dat onderwerp gevolgd. Om de selectie van het onderwerp te annuleren tikt u op [Opheffing van onderwerptracking].

Rel. gevoeligheid

Door [Pos.methode] in te zetten op [Relatief] kunt u de hoeveelheid beweging opgeven in reactie op tikken of slepen.

Stel voor snellere AF-puntplaatsing in naar het positieve uiteinde, en voor tragere plaatsing naar het negatieve uiteinde.

Selectiebediening AF-gebied

U kunt instellen hoe methoden voor de selectie van AF-gebieden worden verwisseld.

  • Multifunctieknop: →Knop M-Fn

    Druk op de knop AF-puntselectie en vervolgens op de knop Multifunctie. Telkens wanneer u op de knop drukt, wordt het AF-gebied verwisseld.

  • Hoofdinstelwiel: →Hoofdinstelwiel

    Druk op de knop AF-puntselectie en draai aan het wiel Hoofdinstelwiel om het AF-gebied te verwisselen.

Opmerking

  • Wanneer [→Hoofdinstelwiel] is ingesteld, gebruikt u Multicontroller om het AF-punt horizontaal te verplaatsen.

gevoeligheid AF-puntselectie

U kunt de gevoeligheid van de multicontroller, die van toepassing is op AF-punt plaatsen, aanpassen.

Scherpstel-/bedieningsring

In dit menu kunt u lensfuncties [Scherpstel-/bedieningsring] configureren.

Lenzen zonder schakelaar voor scherpstel-/bedieningsring

  • FOCUS: Gebruik als scherpstelring

    De ring werkt als een scherpstelring.

  • CONTROL: Gebruik als bedieningsring

    De ring werkt als een bedieningsring. Als u de [Automatische scherpstelling: Scherpstelmodus] wilt beperken tot [AF], drukt u op de knop Q (Snel instellen) en voegt u een vinkje [Controle] toe aan [Scherpstelmodus is AF bij gebruik als bedieningsring].

Lenzen waarvoor dit menu wordt weergegeven en die zowel scherpstelring als een bedieningsring hebben

  • FOCUS: Gebruik als scherpstelring

    Geen wijziging in het gebruik van een scherpstel- of bedieningsring.

  • CONTROL: Gebruik als bedieningsring

    De scherpstelring werkt als een bedieningsring. Gebruik van de bedieningsring is uitgeschakeld.

Opmerking

  • Dit menu wordt niet weergegeven voor lenzen met een schakelaar voor scherpstel-/bedieningsring. Gebruik de lens voor de configuratie van scherpstel-/bedieningsring.
  • Ga voor details over lenzen met zowel een scherpstelring als een bedieningsring waarvoor de camera dit menu weergeeft, naar de Canon-website.
  • Kan ook worden geconfigureerd vanuit het scherm Snel instellen zoals aangepast met [Opnamen maken: Aanpassing snel instellen] of [Opnamen maken: Aanpassing snel instellen] ().

Draairichting scherpstelring

U kunt de richting waarin de scherpstelring van een RF-lens wordt gedraaid, omkeren om instellingen aan te passen.

  • : Normaal
  • : Omgekeerde richting

Gevl. MF-schrpst.ring RF-obj.

U kunt de gevoeligheid van de scherpstelring van de RF-lens instellen.

  • : Hangt af van draaisnelheid

    De gevoeligheid van de scherpstelring varieert afhankelijk van de draaisnelheid.

  • : Gekoppeld aan draaihoek

    De scherpstelpositie wordt aangepast op basis van de hoeveelheid rotatie, ongeacht de draaisnelheid.

[Aangepaste bediening bij weergave]

Knoppen aanpassen voor wrg.

U kunt veelgebruikte afspeelfuncties toewijzen aan cameraknoppen die gemakkelijk te gebruiken zijn.

  1. Selecteer [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor wrg.] ().

  2. Selecteer een camerabediening.

    • Als u wilt overschakelen naar [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor opn.] (), drukt u op de knop INFO.
  3. Selecteer een functie om toe te wijzen.

    • Druk op SET om de instelling vast te leggen.
    • U kunt uitgebreide instellingen configureren voor functies die zijn gemarkeerd met [INFO] links onderaan het scherm door op de knop INFO te drukken.

Opmerking

  • Als u instellingen die zijn geconfigureerd met [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor wrg.], wilt wissen, selecteert u [Aangepaste bediening: Alle aangepaste bediening wissen].

Functies beschikbaar voor aanpassing

●: Standaard ○: Beschikbaar voor aanpassing
Functie Multifunctieknop Knop voor scherptedieptecontrole Knop Kleur SET-knop
: Beveiligen
: Classificatie
: Wis beelden
/: Beveiligen (bldsprong met +)
/: Clas. (bldsprong met +)
: Trimmen
: Beeld zoeken
: Vergroten/Verkleinen
: Beelden n. smartphone verz.
: Beelden naar FTP-server verz.
: Beeldsel./overdr. (FTP-server)
: Beeldsel./overdr. (EOS Utility)
: Zelfde als standaard. Knop bij opn - -
: Geen functie (uitgeschakeld)

Spring met

Als u wilt instellen hoe de camera door beelden springt, kunt u het instelwiel Hoofdinstelwiel op het afspeelscherm draaien naar weergave van één opname.

Opmerking

  • Met [Spring het opgegeven aantal beelden] kunt u aan het wiel Hoofdinstelwiel draaien om het aantal beelden te selecteren dat u wilt overslaan.
  • Met [Geef weer op classificatie] draait u aan het wiel Hoofdinstelwiel om de classificatie te selecteren (). Door Classificatie te selecteren worden alle beoordeelde beelden weergegeven terwijl u bladert.
  • U kunt de sprongmethode ook wijzigen door horizontaal te drukken op Multicontroller het afspeelscherm in de weergave van één opname.

Bldsprong m/+

Als u wilt instellen hoe de camera door beelden springt, kunt u het instelwiel Snelinstelwiel 1 draaien terwijl u op de knop drukt die is toegewezen aan [Classificatie/Door beelden navigeren] [Beveiliging/Door beelden navigeren] op het afspeelscherm in de weergave van één opname.

Opmerking

  • U kunt dit configureren als u [Classificatie/Door beelden navigeren] [Beveiliging/Door beelden navigeren] toewijst aan een knop in [Aangepaste bediening: Knoppen aanpassen voor wrg.] ().
  • Met [Spring het opgegeven aantal beelden] kunt u aan het wiel Hoofdinstelwiel draaien om het aantal beelden te selecteren dat u wilt overslaan.
  • Met [Geef weer op classificatie] draait u aan het wiel Hoofdinstelwiel om de classificatie te selecteren (). Door Classificatie te selecteren worden alle beoordeelde beelden weergegeven terwijl u bladert.

Schakelaar / tijdens afspln.

U kunt de functies die aan deze wielen zijn toegewezen verwisselen, zoals gebruikt op het afspeelscherm.

  • Uitschak.

    Wijst [Spring] toe aan het instelwiel Hoofdinstelwiel en [Vergroten/indexweerg.] aan het instelwiel Snelinstelwiel 2.

  • Inschak.

    Wijst [Vergroten/indexweerg.] toe aan het instelwiel Hoofdinstelwiel en [Spring] aan het instelwiel Snelinstelwiel 2.

Opmerking

  • Overeenkomstige pictogrammen in menu's en op schermen zoals de schermen Snel instellen en Vergroten/Verkleinen worden dienovereenkomstig veranderd.

[Aangep. bediening/Resetten]

Aanraakbediening

  • Selecteer [Uitschak.] om de aanraakbediening uit te schakelen.

Waarschuwing

  • Aandachtspunten voor bediening via het touchscreenpaneel

  • Gebruik geen scherpe voorwerpen zoals uw nagel of een balpen bij aanraakbediening.
  • Bedien de touchscreen niet met natte vingers. Als het scherm vochtig is of als u het met natte vingers bedient, reageert de touchscreen misschien niet op uw aanraking of functioneert het niet meer goed. Schakel in dergelijke gevallen de camera uit en veeg het vocht af met een doekje.
  • Als u in de handel verkrijgbare beschermfolie of sticker op het scherm plakt, reageert het scherm mogelijk niet meer goed op aanrakingen.

Alle aangepaste bediening wissen

Door [Aangepaste bediening: Alle aangepaste bediening wissen] te selecteren wist u alle persoonlijke voorkeuze-instellingen.