Verbinding maken met een draadloze afstandsbediening

De camera kan ook via Bluetooth worden verbonden met de draadloze afstandsbediening (afzonderlijk verkrijgbaar, ) om opnamen te maken met de afstandsbediening.

  1. Selecteer [Draadloze functies: Draadloze afstandsbedieningVerb. m. draadl.afstandsb.] ().

  2. Selecteer [Voeg apparaat voor verbinding toe].

  3. Selecteer [OK].

    • Dit scherm wordt niet weergegeven als de Bluetooth-instelling al op [Inschak.] staat.
    • Als de camera al aan een ander apparaat is gekoppeld, wordt een bericht weergegeven. Selecteer [OK] om de huidige Bluetooth-verbinding te beĆ«indigen.
  4. Koppel de apparaten.

    • Wanneer het bovenstaande scherm wordt weergegeven, houdt u de knoppen 1 en 2 (of W en T) op de draadloze afstandsbediening ten minste 3 seconden tegelijkertijd ingedrukt.
    • Druk op Snel instellen/Instellen zodra u een bevestiging ziet dat de camera aan de draadloze afstandsbediening is gekoppeld.
  5. Stel de camera in voor opnamen maken met de afstandsbediening.

    • Raadpleeg voor instructies na de koppeling de instructiehandleiding van de draadloze afstandsbediening.

Waarschuwing

  • Bluetooth-verbindingen gebruiken accustroom ook nadat automatisch uitschakelen op de camera is geactiveerd.

Opmerking

  • Als u geen gebruik maakt van Bluetooth, adviseren we u [Draadloze functies: Inst. v. Bluetooth] in te stellen op [Uitschak.] ().

Verbindingsinformatie verwijderen

U kunt de verbindingsinformatie verwijderen. Hierdoor wordt de koppeling van eventueel verbonden draadloze afstandsbedieningen geannuleerd.

  1. Selecteer [Draadloze functies: Draadloze afstandsbedieningVerb. m. draadl.afstandsb.] ().

  2. Selecteer [Verbindingsinformatie verwijd.].

  3. Selecteer [OK].

Opnieuw verbinden met gebruik van verbindingsinformatie

Bij koppeling via Bluetooth met een ander apparaat kan de camera de verbindingsinformatie gebruiken om opnieuw te verbinden.

  1. Selecteer [Draadloze functies: Draadloze afstandsbedieningVerb. m. draadl.afstandsb.] ().

  2. Selecteer het apparaat.

  3. Druk op Snel instellen/Instellen.